Hoe Bugatti tegelijk Frans en Duits is

Vergroot foto
Door: BV 13-10-2014

Tegenwoordig is het niet moeilijk om sportwagenbouwer Bugatti tegelijk Frans en Duits te noemen. Mulhouse, waar de hoofdzetel gevestigd is, ligt op Frans grondgebied terwijl het Volkswagen is dat er de scepter zwaait. En dat is, zoals bekend, zo Duits als het maar kan zijn. Maar ook voor Volkswagen de merknaam kocht - in 1998 pas - was Bugatti al net zo veel Duits als het Frans was. En dat is veel minder bekend. Een kleine toelichting…

Mulhouse is de sleutel

Dat de briljante ingenieur Ettore Bugatti van Italiaanse komaf was, onthult zijn achternaam. De familie verhuisde in 1904 van Milaan naar Parijs. Ettore Bugatti bouwde z’n eerste auto al vier jaar eerder, op Italiaans grondgebied. Maar toen was van het merk Bugatti nog geen sprake. Dat kwam pas in 1909 tot stand. Bugatti wordt dan aan de deur gezet bij motorenbouwer Deutz in Keulen en begint - erg exact op 15 december 1909 - met z’n eigen fabriek. Hij vestigt die in Mulhouse, waar het merk nog steeds z’n hoofdzetel heeft. De dubbele nationaliteit van het merk kan dus niet verklaard worden door een verhuis. Maar wel door de geschiedenis van de stad zelf.

De Groote Oorlog

Sinds 1515 was Mulhouse deel van de Zwitserse Alliantie, maar het verkoos in 1798 om op te gaan in het Franse rijk. Het werd echter door Duitsland geannexeerd in de Franco-Pruisische oorlog van 1870. Wanneer Ettore Bugatti z’n merk oprichtte (zoals gezegd, in 1909) was het bijgevolg een Duits merk. Gevestigd in Mülhausen. Toen de Duitsers aan het eind van de Eerste Wereldoorlog capituleerden, waren de Fransen er echter als de kippen bij om de regio weer in te lijven. En daarmee veranderde meteen de nationaliteit van het merk.

Tijdens WO II hadden de Duitsers het er nog eens voor het zeggen, maar verliezers moeten hun buit natuurlijk steevast weer afgeven. De stad behoort dus nog steeds tot Frankrijk.

Oprichter Ettore maakte voor z’n overlijden in 1947 ook duidelijk dat hij weinig liefde had voor de Duitsers. Die hadden hem bij de Franse capitulatie in 1939 al verplicht om z’n geliefde merk te verkopen. Na de oorlog kreeg hij het evenwel terug van de zegevierende geallieerden.

De Franse racekleur

In het era tussen beide wereldoorlogen, toen sponsoring nog quasi onbestaande was, voerden de auto’s steevast de kleuren van het land. Zo raceten de Engelsen iedere keer in het donkergroen, de Italianen in het rood en de Fransen in het blauw. Dat Bugatti zelfs al in die periode z’n Franse nationaliteit omarmde, blijkt ook uit de typische kleur waar we legendarische modellen - de Type 37 die boven dit artikel prijkt op kop - mee vereenzelvigen.

Geef commentaar
comments by Disqus