Citroën Visa: compact, praktisch en eigenzinnig (1978 - 1988)

Bekijk 15 foto's
Door: HM 20-02-2017

Begin jaren zeventig zat Citroën in zwaar financieel water. Niet voor het eerst, evenmin voor het laatst. Uiteindelijk werd Peugeot vanaf 1974 de nieuwe baas. Een eerste tastbaar gevolg was dat er voor een kleine wagen weinig marge was. Er was de kleine LN. Maar dat was geen Citroën, wel een zuivere Peugeot 104-cloon. Wat aangepaste lichten en het Citroënlogo en klaar was kees. Enkele decennia later werd die truc nog eens overgedaan met de Peugeot 106 en de Saxo. Armoe troef.

Toch wou Citroën nog z’n eigen project doordrukken. Weliswaar op de bodemplaat van de Peugeot 104, maar met nog voldoende Citroën-eigenzinnigheid. Ziedaar de Visa, een praktische, compacte vijfdeurs.

In 1978 werd hij gelanceerd in drie versies: de Club en de Special met telkens de luchtgekoelde tweecilinder boxer met 650 cc. Een beproefd concept, maar geen power. En de Super E-versie met de Peugeotmotor van 1120cc. In combinatie met het lage gewicht ging die veel beter vooruit. Het was de eerste Citroën die onder toezicht van Peugeot gerealiseerd werd, met als gevolg dat er meerdere Peugeotmotoren de weg vonden naar deze Visa. Vanaf 1985 ook een dieselmotor. Uiteraard had deze Citroën voorwielaandrijving. Maar geen complex hydropneumatisch veersysteem. Dat was te kostelijk voor een kleine auto. Maar dankzij de onafhankelijke McPherson-ophanging met zijdezachte demping was het zeer aangenaam rijden in deze Visa, ook met een bescheiden motor. Bij de hogere toerentallen produceerde hij behoorlijk wat lawaai. Je moest George Michael op de toenmalige cassetterecorder op volume 10 zetten.

Alweer was Citroën z’n tijd ver vooruit

Citroën zou Citroën niet zijn, moest er geen bijzondere aandacht gaan naar het dashboard. Meest opvallend waren de bedieningssatellieten aan het stuur, uiteraard een stuur met slechts één spaak. Alles was binnen vingerbereik, niet nodig om het stuur los te laten. De rest van het dashboard was volledig in de geest van de jaren zeventig opgebouwd, met rechte onderdelen in hard plastic. De nieuwe generatie Citroëns (Cactus of C3) vonden er opnieuw hun inspiratie. 

Alleen Citroën kon zo’n aparte en eigenzinnige auto op de markt brengen, maar helaas nam hij daardoor een aarzelende start. Reeds in 1981 kreeg hij een eerste facelift. Z’n voorbumper en grille werden wat klassieker gemaakt, evenals de lichten voor en achter. In 1985 volgde een tweede opsmuk, met nu een ‘normaal’ dashboard.

Extensions

Alleen Citroën kon zo’n aparte en eigenzinnige auto op de markt brengen
In die tijd gingen Citroënmodellen nog heel lang mee, tien productiejaren. Dus er kwamen meerdere speciale versies. Een opvallende (halve) cabrio met 4 deuren, de deurstijlen gingen evenwel niet mee omlaag. Ook vermeldenswaard was de lichte bestelwagen: de C15. Zeg maar de voorloper van de latere Berlingo.

Omwille van z’n prima rijkwaliteiten was de stap naar sportieve versies makkelijk gezet. Toch wat contradictorisch, want er kleefde een imago aan deze Visa van traag tuffende boodschappenauto, om niet te moeten zeggen bompa-mobiel. Om dat recht te zetten wou Citroën mee op de trein van de populaire GTI’s van die periode. De hothatch was roodgloeiend hip. Er bestonden nog geen flitspalen.

Citroën sleutelde wat aan een hardere ophanging en lanceerde de Chrono, de GT en nog later de GTI. Maar de meest opvallende sportieveling was de ‘1000 Pistes’. Deze 1000 Pistes had ambitie als rallywagen. Vandaar de vierwielaandrijving en een brutaal luidruchtige motortje van 1400cc en 112pk. Niet slecht, maar toch wat ondergemotoriseerd om mee te kunnen met de grote jongens. Maar met z’n koetswerkextensies, een flashy design met de Franse kleuren en vier ronde koplampen viel dit zelfverzekerd Frans opdondertje op tussen het alom aanwezige GTI-en turbogeweld van dat decennium.

Franse recidivisten

Die jaren zeventig toch
Helaas altijd datzelfde liedje voor het Frans blik van die periode. Een ondermaatse kwaliteit en zeer roestgevoelig. Die jaren zeventig toch. Maar afgezien van die klassieke mankementen was de Visa nog een auto met het basic en poespasloze karakter. Een voelbaar lichtgewicht, mechanisch en nog geen totalitaire systeem dat de moderne auto-elektronica intussen geworden is. Geen big brother die alles opmerkt en veel te graag piept en flikkert.

Op 10 productiejaren werden 1.254.000 Visa’s verkocht. De meeste Visa’s werden niet in de eigenzinnige en gedurfde beginjaren verkocht, maar in de latere, conventionele en brave periode. In 1987 werd hij opgevolgd door de compacte en modernere AX. Maar dat was eveneens wat meer grijze muis tussen de andere muizen.

Geef commentaar
comments by Disqus