110 Jaar Rolls-Royce

Bekijk 60 foto's
Door: BV 05-05-2014

Rolls-Royce is een naam die met veel ontzag en bewondering over de lippen gaat. Vooral dan wij wie er geen bezit en die zijn nog altijd het talrijkst vertegenwoordigd. Rolls-Royce geldt als het allerhoogste in de automobielwereld. Een statement dat vooral door niet-bezitter wordt gemaakt en delicaat is. Want hoewel Rolls-Royce de jongste jaren op vlak van technologie met rasse schreden vooruit werd geholpen door eigenaar BMW, kan het op dat vlak nog steeds niet concurreren met nieuwe producten als jongste generatie Mercedes S-Klasse. Maar als het op vakmanschap aankomt, zijn de producten van het merk nog steeds een klasse apart.

Frederick Henry Royce en Charles Stewart Rolls


Op 4 mei 1904 ontmoetten Frederick Henry Royce en Charles Stewart Rolls elkaar voor het eerst in Manchester. Royce was een gepassioneerde ingenieur die ’s werelds beste auto wou bouwen. Rolls was een getalenteerde verkoper met goede connecties, autoliefhebber en ook nog pionier vliegenier, die het wel zag zitten om de beste auto aan de man of vrouw te brengen. Het klikte tussen die twee en in december 1904 debuteerde Rolls-Royce op het Parijse autosalon met een duo 3- en 4-cilinders die meteen respect afdwongen bij het publiek.

Nog voor de beroemde autonaam een feit werd, had Royce gesleuteld aan zijn Silver Ghost, een wonder van stilte en zachtheid, dat bovendien uitermate duurzaam bleek. De Silver Ghost verkocht zo goed dat men een nieuwe locatie moest zoeken voor de productie.

Vliegtuigen

Rolls kwam in 1910 om het leven bij een vliegtuigongeval. Royce zette de ontwikkeling van de Ghost verder en liet zich ook in andere domeinen opmerken, waaronder de luchtvaart, wat zijn bedrijf door de Eerste Wereldoorlog hielp. Zijn vliegtuigmotoren bleken uitermate betrouwbaar en verwierven dezelfde benijdenswaardige reputatie als zijn auto’s. De Silver Ghost bleef tot 1925 in productie, om dan te worden afgelost door de Phantom I… die nauwelijks verschilde. Hij werd aangedreven door een 7668 cc grote motor met bovenliggende nokkenas, goed voor 108 pk bij 2300 tr/min. Dat resulteerde in een topsnelheid van 85 tot 100 mph, afhankelijk van het door de klant gekozen koetswerk, want de Phantom was leverbaar in twee chassislengtes: 4,83 en 4,99 m.

De Phantom II en Phantom II Continental volgden in de periode van 1929 tot 1936. Dit waren wel volledig nieuwe wagens. De motor en versnellingsbak vormden één geheel. Het betrof een 6-cilinder met 7668 cc inhoud, die een topsnelheid van 92 mph haalde. Bijzonder detail: van de 1672 gebouwde exemplaren hadden slechts 125 stuks het stuur links.

Bentley

Het failliet van Bentley in 1931 bood Royce de kans om het in te lijven bij Rolls-Royce en aldus de leegte in zijn gamma - en de vraag naar meer sportieve wagens – op te vullen. Kort voor de Tweede Wereldoorlog verscheen de Phantom III (1936 – 1939), die voor het eerst een V12 onder een hoek van 60° kreeg ingeplant. RR maakte toen al veel gebruik van aluminium voor de motor. Een chassis kostte destijds 1850 £…

Crewe

WO II kon Royce weer overleven dankzij de vliegtuigindustrie. In die periode werd onder impuls van het Britse ministerie voor luchtverkeer een nieuwe motorenfabriek opgestart te Crewe. Daar zou na WOII (vanaf 1946) ook de autoproductie een nieuwe thuis vinden. Op verzoek van Prinses Elisabeth (nu de Britse Koningin Elisabeth) en de Duke of Edingburgh werd de Phantom IV gebouwd (1950 – 1956). Hij was exclusief beschikbaar voor staatshoofden, zodat er slechts 18 stuks uit de fabriek rolden. Een 5677 cc grote 8 cilinder in lijn maakt hem 100 mph snel. Veel ‘democratischer’ ging het eraan toe met de Phantom V (1959 – 1968): iedereen die het geld ervoor meebracht, kon de wagen met 3683 mm lange wielbasis kopen. John Lennon was één van de beroemdste eigenaars. Enkele van de allereerste exemplaren hadden achteraan scharnierende portieren, zoals we die bij de huidige Phantom aantreffen. In 1966 nam Rolls-Royce een andere grote Britse vliegtuigmotorenbouwer over en werd daardoor een hoofdrolspeler op wereldvlak.

De seventies

Begin de zeventiger jaren ging het echter fout, met de opsplitsing van de autoafdeling en de vliegtuigmotoren in 1971 tot gevolg. In dat jaar verscheen ook de Corniche, de eerste RR-cabrio, die 11.511 £ moest kosten. De 6750 cc V8 liet de Corniche in 9,6 s van 0 tot 60 mph sprinten.

In 1973 ging de autoafdeling een eigen weg, om in 1980 in handen te komen van het Britse defensiebedrijf Vickers, dat de RR’s en Bentley’s verder liet bouwen in Crewe. Dat was ook het jaar dat de Silver Spirit en de Silver Spur als afgeleide met lange wielbasis verscheen. Het was enkel uiterlijk een nieuw model en misschien daardoor ook een teken dat de aftakeling was ingezet. Na een schrijnende periode van achteruitgang stelde het Britse Vickers, dat eigenaar was van Rolls-Royce, in oktober 1997 de autolegende en zijn ‘sportieve’ evenknie – Bentley - te koop.

De overnamedans


Twee namen uit de autogeschiedenis, die door iedereen met respect werden bewierookt, lagen er haast levenloos bij… en wekten de belangstelling van twee ‘modernen’ in goeden doen. Op 10 november kondigde BMW zijn interesse aan, twee weken later op de hielen gezet door Dr. Ferdinand Piëch van het VW Concern. Dr. Piëch verkondigde zelfs dat Vickers met hem al een deal had afgesloten… Het spel zat op de wagen.

BMW en het VW Concern vochten als twee honden om een been. Er volgde een periode van opbieden tussen Bernd Pischetsrieder en Ferdinand Piëch, een spel dat flink gestookt werd door de top bij Vickers. Tot BMW dreigde de leveringen van onderdelen voor de Silver Seraph en de Arnage te stoppen. Toen werd het heel serieus. Anders dan Mercedes-Benz, kon BMW geen oude glorie als Maybach laten heropleven (en weer laten sterven). En dan noch, als bijvoorbeeld Audi ervan zou dromen om Horch of Wanderer weer te laten herrijzen, dan moeten ze wel namen revitaliseren die al ruim een halve eeuw onder het stof zitten. Alleen al vanuit dat oogpunt was het logisch dat Rolls-Royce onder de BMW-vlag moest komen. Vergeten we evenmin dat er al een technische samenwerking bestond tussen beide autobouwers – sinds 1994 had BMW ruim 30% aandeel in de ontwikkeling van de toekomstige Silver Seraph en Bentley Arnage - en tevens een joint venture tussen de afdelingen vliegtuigmotorenbouw.

Op 28 juli 1998 kwam de top van BMW en VW bijeen in het clubhouse van een golfclub… in de achtertuin van Audi. Dat merk reed hen er ook in alle anonimiteit naartoe. VW kocht voor 1 miljard DM (nu +/- 0,5 miljard euro) de fabriek in Crewe en de rechten op de naam Bentley. Toen ging het met de Audi’s naar een kleine luchthaven in de buurt om naar Londen Heathrow te vliegen, waar BMW’s de heren opwachtten om hen naar de volgende onderhandelingsplaats te rijden. Daar kocht BMW voor 40 miljoen Pond de rechten op de Rolls-Royce naam en verzekerde de verdere levering van onderdelen aan… VW als nieuwe eigenaar van RR voor de modellen Silver Seraph en Arnage tot het einde van hun productiedagen. VW bleef echter ook de winsten opstrijken van de Rolls-Royce’s die tot 31 december 2002 zouden verkocht worden. Het kon tevens direct aan de slag met het nieuw leven inblazen van de sportieve legende, Bentley.

What’s in a name?


BMW verwierf slechts de naam Rolls-Royce, had geen fabriek en kreeg bovendien de beperking opgelegd niet voor 1 januari 2003 te mogen uitpakken met een nieuw Rolls-Royce model. Om nooit aan te beginnen, denkt een normale sterveling dan. Maar ondernemende geesten zoals er bij BMW wel enkele ronddartelen, weten daar wel raad mee. Bernd Pischetsrieder werd niet veel later aan de deur gezet bij BMW, omdat hij zich in 1994 in het Rover-avontuur stortte, met het algemeen bekende gevolg… Even later stond hij aan het hoofd van het VW Concern, waar hij Ferdinand Piëch opvolgde, de man met wie hij touwtje-trek speelde voor het verwerven van het legendarische Rolls-Royce. Een story die productiehuizen van TV-soaps nodig zou moeten inspireren.

De grote leegte

En dan… was er niets. BMW had geen auto in productie en evenmin één op de tekenplank. En mocht dat al geweest zijn, dan was er geen fabriek… Eén januari 2003 was de deadline om daar grondig verandering in te brengen. BMW heeft niet alleen besloten tot de ‘revival van Rolls-Royce’, het is zelfs regelrecht begonnen met het schrijven van een nieuwe geschiedenis voor het prestigemerk en de Phantom, een modelnaam die zowat als een constante doorheen de geschiedenis van het merk is blijven doorlopen. Geen auto zonder designcentrum en dat werd in alle anonimiteit in hartje Londen geïnstalleerd. Projectleider Karl-Heinz Kalbfell was ervan overtuigd dat de nieuwe RR in de stad moest worden geboren. In een oud bankgebouw aan de rand van Hyde Park, ging het elitaire clubje aan de slag onder leiding van chief designer Ian Cameron. Een blik door het raam volstond vaak om Rolls-Royce's uit het verleden te zien voorbij defileren, maar een nieuwe op wielen zetten is toch wat anders. De jongens die gelast waren met de productie van wat zou ontkiemen bij hun collega’s in ‘The Bank’ hadden het niet bepaald gemakkelijker. Zij kregen uiteindelijk de steun van Lord March, wereldwijd beroemd van het ‘Goodwood Festival of Speed’ en ook nog het ‘Goodwood Revival’. Hij had nog wel een lapje grond liggen – 42 hectaren – bij Goodwood, West Sussex en wou dat best verpachten voor een langere tijd. In de zomer van 2001 was er nog een korenveld. In november van datzelfde jaar verscheen de eerste staalconstructie. Men schreef maart 2002 toen de installatie van de montageband van start ging.

BMW bouwde zijn gloednieuwe Rolls-Royce fabriek als een symfonie van glas, staal en beton, waarin het zonlicht vrij spel heeft. Het complex is 8 hectaren groot en nauwelijks zichtbaar in het immense terrein. Het is een toonbeeld van milieuvriendelijk bouwen: het ganse dak is begroeid en er huizen vogels die voorheen bijna uitgestorven waren. Meer dan 400.000 planten en bomen omgeven de gloednieuw opgerichte fabriek.

De eerste jaren van het nieuwe Rolls Royce

Design opgestart, fabriek in opbouw,… maar wie gaat die nieuwe Rolls-Royce bouwen? De fabriek zou slechts 2 robots bevatten voor het lakken. Voor al het andere werk werd aan man- of vrouwkracht gedacht, de tradities van het merk respecterend. Uit Crewe kwam precies één enkele werknemer over naar Goodwood. Lokaal rekruteren was hoogst noodzakelijk om de 550 werknemers samen te brengen. Gelukkig zagen heel wat vakmensen uit de scheepsbouw het nieuwe Rolls-Royce wel zitten. Ook mensen uit schoen- en andere lederverwerkende ateliers zagen hun toekomst op wielen beter zitten en maakten de overstap. Heel wat jongeren voelden zich aangetrokken tot het nieuwe Rolls-Royce en kregen een gedegen opleiding in Duitsland en in Groot-Brittannië.

Begin januari 2003 vierde de eerste Rolls-Royce, die zich 100% kind van BMW mag noemen, première op de Amerikaanse Detroit Motor Show. Amper 4,5 jaar na de ‘deal’ die het verleden een toekomst moest geven… wat zowel voor Bentley als Rolls-Royce ook blijkt te lukken.

Een compleet gamma

Sinds de lancering van de eerste Phantom, nu ook alweer 11 jaar geleden, bouwde BMW het bedrijf uit van een naam zonder modellen, tot een compleet gamma. Tegenwoordig kan je bij Rolls-Royce niet alleen de Phantom bestellen in drie smaken (normale en lange wielbasis en Drophead Coupé), maar is er ook ruimte voor een Ghost (alweer met normale en lange wielbasis) en de jongst telg: de Wraith.

Geef commentaar
comments by Disqus