Auto55 - Autonieuws en Autotests

 

60 jaar Citroën 2 CV

Citroen-2pk-1
04 mei 2008 door BV

In 1948 zag Citroëns kleine volksauto het levenslicht. Voor Citroën een reden om er in Parijs een grote tentoonstelling aan te wijden op de Cité des sciences. Voor ons het moment om de geschiedenis van deze markante auto even te overlopen.

De 2pk onstond eigenlijk in de jaren dertig. Bandenfabrikant Michelin had zich in 1935 bij Citroën ingekocht (lees: het bedrijf van de ondergang gered). En Michelin wist dat meer auto's verkopen hetzelfde effect zou hebben op de verkoop van banden. Er werd dus, en niet uitsluitend door Citroën, gedacht aan een wagen voor het volk, in de geest van de tijd. Een auto met een verschillend ontwerp en andere uitvoering, die minder duur en minder elitair was als de andere auto's uit z'n tijd. Bij Citroën breekt Pierre Boulanger z'n hoofd over het ontwerp van een TPV (‘Toute Petite Voiture'). Die moet economisch te produceren, makkelijk in gebruik en onderhoudsvriendelijk zijn. En dan nog eens de vergelijking met de concurrentie kunnen doorstaan. Fiat heeft net de 500 Topolino gelanceerd, dus het moet vooruit gaan. Het lastenboek maakt gewag van vier zitplaatsen, die elk een portier krijgen, een snelheid van 50km/u en een verbruik van 5 liter per 100km. Er staan ook een aantal opmerkelijke zaken in. Zo zouden de vier volwassen inzittenden een hoed moeten kunnen ophouden, en moet het mogelijk zijn om met een mand eieren in de koffer over een akker te rijden zonder dat er één breekt. Het lastenboek is gebaseerd op een enquête die in 1922 werd afgenomen.

Op 23 augustus 1939 wordt de legende geboren. Dan wordt het model officieel gehomologeerd bij de dienst der Mijnen, onder de naam 2 CV A. Maar amper 10 dagen later, op 3 september 1939, maakt de oorlogsverklaring van Duitsland een einde brutaal einde aan het programma. De 2 CV A wordt angstvallig uit het zicht van de Duitse bezetter gehouden. Die was immers bezig met z'n eigen Volkwagen (de Kever). De Fransen verborgen de 2 CV A zo goed dat hij pas in 1968, bij werken in het testcentrum van Citroën in Ferté Vidame, werd teruggevonden. In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, was de 2 CV A géén prototype, maar een seriemodel. Er werden er in het totaal 100 van in het verkeer gebracht. Citroën zelf is heden eigenaar van vier exemplaren. De 2 CV A wordt gekenmerkt door z'n licht koetswerk van aluminiumplaat, de vier spatborden van plaatstaal en rhodoïd dat gebruikt werd in de plaats van glas voor de ruiten. Het model beschikt over slechts één koplamp, die links op het koetswerk staat. Andere aandigheden zijn de enkele ruitenwisser met elliptische loop, de afwezigheid van een startsleutel en natuurlijk z'n ophanging. Die bestond uit 8 torsiestangen. Twee daarvan treden slechts in het geval van overbelasting in werking. En de wielen in lengterichting waren met elkaar verbonden om interactie te bekomen. Die ophanging zou één van de meest markante kenmerken van de 2pk worden. Omdat de 2 CV A zeer licht was, volstond een piepkleine watergekoelde tweecilindermotor om hem voort te stuwen.

Het grote publiek kreeg het model pas in 1948 op het Autosalon van Parijs te zien. Vanzelfsprekend zit de oorlog daar voor iets tussen. Maar ook het tekort aan grondstoffen en de overheidsplanning die elke constructie een specifieke categorie van te produceren auto's toewees. De journalisten van die tijd twijfelen aan zijn prestaties, houden niet van de Spartaanse afwerking, of zijn uniform grijze kleur. Maar de 2 CV slaat in als een bom. De kleine auto wordt zo populair dat de leveringstermijnen soms oplopen tot 5 jaar. Al in 1950 krijgt de 2 CV z'n nu herkenbare vorm. De watergekoelde tweecilinder wordt vervangen door een luchtgekoeld exemplaar, waarvan bijna iedereen nu nog steeds de kenmerkende klankt herkent. De dure aluminium carrosserie wordt voortaan gemaakt in getrokken staal en de ophanging wordt gewijzigd. Er wordt een elektrische starter en een tweede koplamp aan het recept toegevoegd. En de 2 CV is nog steeds ongezien praktisch. Daarin verschilde hij het meest met z'n concurrenten uit die tijd. De zetels van de 2 CV waren zo ontworpen dat je er goederen onder weg kon steken. De kofferklep was in 3 seconden verwijderbaar. De achterbank ruimde plaats in 6 tellen. En je kon ook de voorstoelen makkelijk uit het voertuig halen. En dat bleek niet alleen handig voor werk, maar ook voor vrije tijd. De 2 CV bood enorme mogelijkheden voor kampeerders.

Al in 1951 vormde de 2 CV de basis voor een besteluitvoering (type AU). In 1956 verschijnt de 2 CV AZL. Een luxeversie van die herkenbaar is aan zijn grote rechthoekige achterruit en stoffen kap. In 1966 wordt die gevolgd door de 2 CV AZAM. Een nog verbeterde versie. Die beschikte over een verschuifbare voorbank, hendels aan het stuur, in plastic gehulde metalen bumpers én voorportieren die niet langer naar achteren maar naar voren scharnierden. En daarmee zijn we bovenaan het gamma beland. In de jaren zeventig, meer dan 30 jaar na z'n eerste homologatie, verschijnen de 2 CV4 en 2 CV6-modellen. Die lenen wat techniek bij de voor z'n tijd zeer vooruitstrevende AMI en rijden zowaar sneller dan 100km/u. Iets wat Citroën in de kijker zet door rally's te organiseren. De 2 CV leverde niet alleen de basis voor de zo mogelijk nog meer op avontuur ingestelde Méhari. Citroën creëerde ook avontuurlijke versies van het kleine autootje. In 1961 zag een vierwielaangedreven variant het levenslicht. Die 2CV Sahara is bijzonder geliefd is door verzamelaars, maar helaas ook bijzonder zeldzaam. In 1973 volgde de 2 CV Raid Afrique en in 1976 volgde nog de stoere 2 CV Cross. Met z'n speciale reeksen gaat Citroën in de jaren zeventig en tachtig nog de romantische toer op. We herinneren ons de 2 CV Spot, de rood-witte Dolly, de 2 CV Perrier en -de bekendste van allemaal- de 2 CV Charleston uit 1988.

In 1989 is de 2pk door z'n tijd ingehaald. Het model voldoet niet meer aan de reglementaire vereisten, uitstootnormen en is kan niet dromen van een succesvolle crashtest. In februari 1989 wordt de Franse productieketen van het model stilgelegd. In de fabriek in het Portugese Mangualde gaat men nog door tot 1990. Daar verlaat op 27 juli om 16 uur de allerlaatste nieuwe 2pk de fabriek. Er zijn niet minder dan 5.114.959 stuks van gebouwd.