5 dingen die je wellicht niet wist over de Nürburgring

Over de legendarische status van de Nordschleife valt eigenlijk niet te discussiëren. Die dankt het circuit aan z’n geschiedenis, uitzonderlijke lengte, schitterende decor, uitdagende layout en grote hoogteverschillen. Maar hier zijn nog vijf feiten die je er misschien niet van wist.

Hedwigshöhe

Ene Dr. Creutz wordt wel eens de spirituele vader van de Nürburgring genoemd. Hij voerde in de jaren twintig de het bestuur over de regio en hoewel de plannen voor het circuit al langer bestonden, duwde hij ze erdoor en volgde hij de constructie op. Hedwigshöhe draagt de naam van z’n vrouw, officieel omdat die van het uitzicht daar genoot. In de folklore wordt het echter anders verteld. ‘Frau Hedwig’ zou nogal van het achterdochtige type geweest zijn en niet noodzakelijk geloofd hebben dat haar man zo veel uren spendeerde aan de bouw van de omloop. Daarom vatte soms met een verrekijker post op een heuvel die een goed uitzicht bood over de rest van het circuit. Om manlief te bespieden. Het heet vandaag nog altijd Hedwigshöhe.

De groene hel, dankzij Jackie Stewart

Naar de Nürburgring wordt vaak verwezen als ‘De Groene Hel’. Een bijnaam die het circuit zelf omarmt. Die stamt uit het einde van de jaren zestig. F1-piloot Jackie Stewart reed er in 1968 de GP van Duitsland in ronduit erbarmelijke omstandigheden. Regen en mist. Je zag geen hand voor je ogen. Hij won de race, maar dat leek z’n gemoedstoestand niet te zalven. De ganse dag herhaalde hij hetzelfde tegen journalisten: “het is een groene hel”. Het bleef plakken.

Hij was ooit een stuk langer

Wie het tegenwoordig heeft over de Nürburgring, bedoelt bijna altijd de Nordschleife met z’n 20,8km lengte en z’n 73 bochten. Maar hij was ooit langer. Tot halverwege de jaren zeventig bestond de ring immers ook nog uit een Südschleife die zo’n 6km lang was. Strengere veiligheidsnormen drongen zich echter op en het werd te duur geacht om de ganse ring aan te passen. In 1971 werd de laatste race over de Sudschleife gereden. In 1975 ging hij ook dicht voor de zogeheten “Toeristenfahrten”. Hij ligt er nog steeds, als conventionele openbare weg. Vaak heb je zelfs niet in de gaten dat je erover rijdt.

Fuchsröhre

Bij moderne circuits hebben bochten vaak commerciële namen (van sponsors) of zelfs nummers. Bij de Nürburgring zijn ze veeleer geworteld in folklore en verwijzen ze naar elementen in de omgeving of de natuur. Neem nu Fuchsröhre - vossenhol. Daar liep de bouw van de Nürburgring in de jaren twintig vertraging op omdat een vos zich verschanste in een afvoerpijp. De bouw ging pas door toen de vos op vrije wil vertrok. De werkers verwezen op de gekende wijze naar het bewuste deel van het circuit en zo heet het nog steeds.

Carraciola-Karussel

De fameuze carrousel draagt de naam van de Duitse piloot Rudolf Carraciola (Zelfs vandaag nog altijd de snelste man ooit op de openbare weg). Niet zomaar als eerbetoon. De man was eerste die door de carrousel reed en dat is veel gekker dan je je kan voorstellen. Het schuine vlak was immers geen deel van het circuit. Het diende louter om de bocht erboven (nog steeds duidelijk van het betonnen gedeelte te onderscheiden) te stabiliseren. Carraciola dacht sneller te zijn door in essentie tegen de constructie op te rijden. In een tijd zonder vangrails, gordels of helmen vergde dat heel wat moed. Maar hij had gelijk.

Geef commentaar
comments by Disqus