Er was een tijd dat de dieselmotor de vanzelfsprekende keuze was voor wie veel kilometers deed. Vandaag is het beeld omgeslagen. Steeds meer merken schrappen dieselmotoren uit hun gamma, steden weren oudere diesels uit lage-emissiezones en particulieren kiezen massaal voor benzine, hybride of elektrisch. Toch is de diesel nog lang niet dood. Voor wie jaarlijks grote afstanden aflegt, blijft hij vaak de meest efficiënte verbrandingsmotor.
Precies nu de diesel steeds zeldzamer wordt, viert één van zijn belangrijkste pioniers een bijzondere verjaardag. Vijftig jaar geleden bracht Volkswagen de eerste Golf Diesel op de markt. Een model dat mee aan de basis lag van de enorme dieselhausse die Europa tientallen jaren zou domineren.
De diesel werd plots een personenwagenmotor
In 1976 was amper één op de tien nieuwe personenwagens uitgerust met een dieselmotor. Die technologie was vooral voorbehouden aan taxi's, bestelwagens en kilometervreters. De motoren waren traag, luidruchtig en stamden vaak rechtstreeks af van vrachtwagens of landbouwmachines.
Volkswagen besloot het anders aan te pakken. Voor de Golf Diesel vertrok het merk niet van een bestaande zware dieselmotor, maar van een moderne benzinemotor. De 1,1-liter viercilinder werd grondig herwerkt tot een 1,5-liter dieselblok, met tal van versterkte onderdelen om de veel hogere compressie te kunnen verwerken.
Het resultaat was revolutionair voor die tijd. De nieuwe diesel draaide veel hogere toerentallen dan zijn concurrenten en voelde daardoor veel minder log aan.
Niet snel, wel verrassend efficiënt
De eerste Golf Diesel woog slechts 805 kilogram. Zijn 1,5-liter diesel leverde 50 pk en 82 Nm, goed voor een topsnelheid van 140 km/u. De sprint naar 100 km/u duurde ongeveer 18 seconden, vergelijkbaar met een even krachtige benzine-Golf uit die periode.
Waar hij echt het verschil maakte, was aan de pomp. Met een gemiddeld verbruik van ongeveer 6,5 liter per 100 kilometer was de Golf Diesel uitzonderlijk zuinig. Dat bleek precies wat de markt zocht. Vooral in België, Frankrijk en Oostenrijk groeide diesel de daaropvolgende decennia uit tot de favoriete brandstof van zowel particulieren als bedrijven.
Van wonderkind naar kop van Jut
De Golf Diesel bleef zich daarna decennialang ontwikkelen. Turbodiesels, TDI-technologie en common rail maakten de motoren krachtiger, stiller en veel zuiniger. Rond het begin van deze eeuw was diesel in verschillende Europese landen zelfs goed voor meer dan de helft van alle nieuw verkochte auto's.
Dat succes kreeg echter een forse knauw na Dieselgate in 2015. De aandacht verschoof naar stikstofoxiden en fijnstof, steden voerden lage-emissiezones in en de elektrificatie kwam in een stroomversnelling. Wat jarenlang als de slimste keuze gold, werd plots een technologie waar veel constructeurs zo snel mogelijk afscheid van wilden nemen.
Vijftig jaar vooruitgang
De cijfers tonen hoe indrukwekkend de evolutie is. De Golf werd bijna een halve meter langer en ruim 600 kilogram zwaarder, maar een moderne TDI levert tot drie keer zoveel vermogen en meer dan vier keer zoveel koppel. Toch verbruikt hij volgens de officiële WLTP-cyclus minder brandstof dan de 50 pk sterke pionier uit 1976.
Dat maakt de Golf Diesel tot een opmerkelijk stukje autogeschiedenis. Niet alleen omdat hij vijftig jaar geleden een nieuw tijdperk inluidde, maar ook omdat hij symbool staat voor een technologie die Europa tientallen jaren mobiel hield en vandaag langzaam uit het straatbeeld verdwijnt. Iets waar Volkswagen minstens zo veel verantwoordelijkheid voor draagt als voor z’n succes…