Een Bugatti van de eerste Grand Prix en Senna’s McLaren: Monaco pakt uit met unieke auto-expo

Bekijk 13 foto's
Door: REDACTIE 20-07-2026

Monaco trekt niet alleen de Rich and Famous aan, het is sinds het begin van vorige eeuw het trefpunt van autosportliefhebbers wereldwijd en dat bleef niet zonder gevolg. Al in 1911 werd er een eerste rally van Monte-Carlo opgezet met vertrek in diverse Europese hoofdsteden en vanaf 1929 wordt doorheen de straten van het Prinsdom de Grand Prix voor éénzitters verreden. Beide evenementen maken sinds lang deel uit van zowel het wereldkampioenschap rally als van de formule 1. Een unicum in de wereld.

Nog tot 6 september loopt er in het Grimaldi Forum een ronduit schitterende tentoonstelling gewijd aan de autosport waar meer dan 50 legendarische wagens werden bijeengebracht. Dat ze alle origineel zijn én er deelnamen aan de races in Monaco is de verdienste van Rodolphe Rapetti die de wereld afreisde om de eigenaars ervan te overtuigen om ze uit te lenen. Dat Rapetti een doorzetter is, weten we sinds de tentoonstelling van Ralph Laurens collectie van zwarte wagens in Parijs, nu 15 jaar geleden. Waarmee hij auto's tot kunstwerken verhief. Kortom, de man is een kenner én een estheet.

Elegantie en snelheid

Niet toevallig opent een bezoek er met een rijdend object van schoonheid - de Rolls Royce Silver Wraith 4 door convertible voorzien van een tweede voorruit voor de inzittenden achterin, waarin Grace Kelly en Prins Rainier op hun trouwdag in 1956 door het stadje werden gereden. De passie voor het schone en het elegante bloeide in Monaco al een eerste keer open in 1898 toen een eerste concours d'élégance werd opgezet, waarbij dat prins Orlofff en baron de Rotschild tot gelauwerden behoorden. Interessant in deze zaal zijn vooral de documenten - foto's, brieven en andere die een beter inzicht geven in deze elegante tijden. Uniek fotomateriaal uit de archieven van de Automobile Club de Monaco dat nooit eerder werd getoond.

De allereerste kennismaking met de wereld van de autosport vond plaats in 1897 toen de klimkoers Marseille-Nice-Monaco, de allereerste ter wereld, in het Prinsdom werd afgevlagd.

Eén van de pareltjes die getuigen van de passie voor snelheid is een Delahaye Type 58 double berline "Obus" met een viercilinder 4 liter motor die in 1912 aan de tweede editie van de rally van Monte-Carlo deelnam en er met Paul Frot aan het stuur als zevende eindigde. 's Anderendaags won hij ook nog de prix d'élégance voor gesloten auto's. De wagen kreeg zijn koetswerk in de ateliers Wantz in het Franse Meaux. Het valt op door zijn afgeronde vormen, vanwaar zijn bijnaam 'Obus'. De oudste onder de hier aanwezige racers werd uitgeleend door de familie Mahy.

In de rally selectie prijkt ook een stoere en tegelijkertijd elegante Bugatti type 46 ("la petite Royale") met een volledig koetswerk in aluminium, een achtcilinder in lijn die in 1932 aan de rally deelnam en er als vierde werd afgevlagd. Opmerkelijk toch omdat het wel om een luxueuze berline ging. Krachtige motoren beheerste de rally maar ook pientere technici gingen zich voor het evenement interesseren. De grootste ommekeer kwam er in de jaren zestig toen de minuscule Morris Mini Cooper S in 1964 en 1965 de monsters uit die periode te snel af was - de boeiende jaren hadden hun intrede gemaakt.

In de zaal van de rallytuigen prijken ook snelle auto's van de Italianen met de Lancia Fulvia, de Stratos, de Delta Integrale en de Fiat 124 Abarth, en van de Fransen met de Alpine A110 berlinette en de Renault 5. Waarna de Audi Quattro's en veel later de Toyota Yaris turbo een nieuw tijdperk inluidden. Een stadsbommetje met een dwarsgeplaatste viercilinder turbomotor die 380 pk ontwikkelde en een top van 201 km/uur mogelijk maakt..

Legendarische eenzitters

De zaal waar de eenzitters bijeen staan, oogt als een leerrijke les in geschiedenis, een feest voor de kenners. De banden worden breder, de racewagens steeds lager en breder, de motor verhuisde van voor naar achter de piloot, met dank aan John Cooper. De aerodynamica ging een fundamentele rol spelen waardoor moderne formule 1 bezet worden met kleine en minder kleine windgeleidertjes, terwijl turbo's en elektrische motoren voor nooit geziene krachten en prestaties zorgden.

De eenvoudig uitziende Bugatti 35B die in 1929 de allereerste Grand Prix won, ziet er nu uit als een artisanaal stuk bruut geweld met elegante kantjes. Het comfort is rudimentair, het interieur laat een deel van de mechanische verbindingen zien. Een juweeltje met olievlekken, bestuurd door de Brit William Grover die een epische strijd aanging met de Mercedes-Benz SSK van Rudi Caracciola die door zijn omvang niet echt geschikt was voor een bochtig stadsritje.

Vlak na de tweede oorlog bloeiden in Italië allerhande, kleine bedrijfjes op en Piero Dusio behoorde tot de allerfanatieksten. Met ingenieurs van Fiat zette hij de Cisitalia D46 op wielen waarmee Tazio Nuvolari en Piero Taruffi in 1948 deelnamen. Een échte lichtgewicht eenzitter met een piepklein Fiat viercilindertje van ocharme 1089 cm3 dat amper 70 pk ontwikkelde, maar niettemin een topsnelheid van 180 km/uur haalde ... terwijl het blok afkomstig was van de Fiat 500 ! Maar beide topracers moesten na motorproblemen de strijd staken.

Twee jaar later verscheen Alfa Romeo met een tuig met een gelijkaardig profiel, maar met een 1,5 liter motor, voorzien van een Roots compressor - goed voor pakweg 200 pk en een topsnelheid van ...290 km/uur ! In de handen van Juan Manuel Fangio bleek de Alfetta niet te verslaan : in Monaco stond hij op de pole, reed tijdens de race de snelste ronde en won de Grand Prix.

In dezelfde zaal prijken ook twee vreemde eendjes : in 1952 stond de Grand Prix open voor tweezitter sportwagens en bezetten vijf Ferrari's de eerste vijf plaatsen. De 225 S Berlinetta was het mooiste en snelste eendje en de naam van de constructeur stond daarmee aan het begin van een indrukwekkende geschiedenis. De Pegaso Z-102B daarentegen overleefde de kwalificaties niet ...

Ascari in zee

Drie jaar later verscheen alweer een vreemd tuig aan de start - de Lancia D50 met zijn zijdelings gemonteerde benzinetanks, een rijdende bom. De motor werd lichtjes gekanteld waardoor de aandrijfas niet onder maar naast de piloot werd gemonteerd en het zwaartepunt kon worden verlaagd. De D50 won de race niet maar iedereen herinnert zich de duik in zee van Alberto Ascari die daarop door een duiker levend en wel werd opgevist. Toch zou zijn geluk van korte duur blijken : vier dagen later vond hij de dood bij een testrit in Monza.

De echte revolutie kwam er in 1958 toen de Britse ingenieur John Cooper een eenzitter bouwde met een centrale motor, achter de piloot. Een jaar later won de wagen vijf Grand Prix en de nieuwe architectuur schreef tot op vandaag de dag geschiedenis ...al was die lay-out in de jaren al toegepast door de Duitse giganten die de autosport kleurden.

In de decennia daarop verscheen een veelheid aan oplossingen ten tonele. De Tyrrell 006 waarmee Jacky Stewart in Monaco won, de legendarische Lotus 72E in zwart en goud en de eigenzinnige Ferrari 126 CK met zijn 'kleine' 1,5 liter V6-motor die in 1981 debuteerde met Gilles Villeneuve en datzelfde jaar in Monaco won. Ook de McLaren MP4 en zijn diverse afgeleiden opende een nieuwe weg. De roodwitte eenzitter op de tentoonstelling is de wagen waarmee Ayrton Senna in 1993 vijf Grand Prix won, inclusief Monaco. Er is de Ferrari F2001waarmee Michael Schumacher hier de Grand Prix won in 2001. De rondgang eindigt bij de Venturi Formula E, die gebouwd werd door de lokale zakenman Gildo Pastor. Nadat hij sportwagens had geproduceerd, stapte hij in 2000 over op alles wat 'propere' energie betreft. Tien jaar later breekt de elektrische Venturi VVB-2.5 met een snelheid van 495 km/uur het wereldsnelheidsrecord. Zes jaar later haalt de VBB-3 zelfs 549 km/uur. Maar de formule E blijft op zoek gaan naar een breder publiek.

Aan het einde van het bezoek staan twee uitersten die de geschiedenis omhelzen - de Panhard-Levassor uit 1893 toen Hippolyte Panhard met een auto van eigen makelij van Parijs naar Nice reed en een uitstapje maakte naar het Prinsdom. De Monegasken beleefden een onvergetelijke dag die ze niet snel dreigden te vergeten : vier jaar later werd er de eerste klimkoers georganiseerd en werd een eerste Concours d'Elégance opgezet ! Omdat de schoonheid, elegantie en het brute geweld voor een onweerstaanbaar spektakel zorgden. En omdat prins Albert I voelde dat het succes het naburige Nice naar de kroon wilde steken. Naast het fiere oudje staat de Venturi Mona Luna die in 2025 op het luchtvaartsalon van Le Bourget werd voorgesteld. Hij bestemd voor opdrachten op de maan, weegt slechts 750 kg en wordt aangedreven door zonne-energie. De batterijen slaan die op en zorgen voor een autonomie voor 14 lange maannachten.

De tentoonstelling "Monaco & l'automobile in het Grimaldi Forum Monaco loopt nog tot 6 september 2026. Een ticket kost 15 euro. Wie jonger is dan 18 kan gratis binnen.

Tekst: Pierre Darge