Opel Insignia (eerste test)

Opel Insignia (eerste test)
Bekijk 102 foto's
Door: BV 28-10-2008

De Vectra is dood, lang leve de Insignia. Over z'n voorganger wordt bij Opel met geen woord meer gerept, want alle energie gaat naar de nieuwste telg. Nochtans viel voor de Vectra behoorlijk wat te zeggen; het model had geen ondaardig weggedrag, bood veel ruimte en was competitief geprijsd. En de Insignia erft die eigenschappen. Maar het nieuwe codewoord is emotie en -bij uitbreiding daarvan- rijplezier. En die emotie moet u vooral zoeken in het design. Opel is bijzonder fier op het zwiepende, wulpse en doordachte lijnenspel van de berline. En ook over z'n coupé-achtige daklijn en aflopende kofferklep. Elementen die de Insignia weer toegang moeten verlenen tot het segment dat het met de Omega achter zich liet. En Opel wil weerom uitpakken met een hoop slimme technologiën. We denken onder meer aan een adaptief onderstel, een camera die verkeersborden herkent en een adaptieve en meedraaiende verlichting die liefst 9 verschillende functies kent. U begrijpt dat vooral de software-ontwikkelaars zich hebben uitgeleefd.

De Vectra was getooid met een hoekig lijnenspel dat vooral z'n robuustheid en omvangrijk plaatsaanbod in de verf moest zetten. Deze Insignia, die als het van Opel afhangt ook nog wat verdwaalde Omega-klanten moet oprapen, is vanzelfsprekend weer gegroeid. De vier- en vijfdeursversies die we hier aan de tand voelen zijn nu 4,83m lang en 1,85m breed. Dat levert voor de passagiers zowel voor- als achteraan een plaatsaanbod op dat niets te wensen overlaat. En de koffer is respectievelijk 500 (4drs) en 520l (5drs) groot. En zelfs uitbreidbaar tot 1.465l in het geval van de vijfdeurs. Toch is dat niet waar Opel de klemtoon legt. Het merk is in de eerste plaats in z'n nopjes met het gestrekte koetswerk, de gespannen plooilijnen die dynamisme uitstralen en coupé-achtige daklijn van de berline. Een lijnenspel dat -ook al wordt er gebruik gemaakt van stijltruukjes- efficiënt de corpulentie van het koetswerk weet te camoufleren. Wie achteraan wil instappen ervaart die ver over de oren getrokken bovenste raamoplijsting wel als een beperking. Anderzijds laat z'n wulpse silhouet wel een bijzonder puike luchtweerstandscoëfficiënt van slechts 0,27 optekenen. Dat is goed voor de windgeluiden (dus het comfort aan boord) en het verbruik.

De zeisvorm die bepalend is voor het koetswerk (en onder meer terug te vinden is in de plooilijn op de flanken en in de verlichting -zoals de LED-daglichten vooraan) komt ook in het interieur terug. Daar is het contrast met de Vectra zo mogelijk nog groter. De boordplank kromt zich om de inzittenden en de glooiende middentunnel heeft bedieningsorganen die erboven lijken te zweven. De materiaalkeuze betekent weerom een stap voorwaarts, al kan je niet stellen dat Opel de aansluiting met het topsegment realiseert. Aan de Insignia hangt het prijskaartje van een middenklasser en ook het merk met de Bliksemschicht in het logo kan niet toveren. Het instrumentarium is bijzonder compleet en op een overdaad aan multifunctionele draaiknoppen na is de bediening intuïtief. Rustgevend wit licht overheerst, tenzij je de adaptieve rijmodus in Sport-zet. Dan baden de wijzerplaten plots in rood licht. Van het zitmeubilair weet Opel dat het de enige volledig ergonomisch ontworpen zetels uit het segment zijn. Iets waar we toch meer van verwacht hadden...

Onder de kap zitten een schare benzine- en dieselmotoren (in het eerste geval vanaf een 1.6 ecotec tot een 2.8 V6 turbo), in het tweede geval alleen 2.0 CDTI's met vermogens van 110 tot 160pk). Tijdens deze eerste kennismaking konden we de tweeliter turbomotor (200pk) met automatische zesbak en de 2.0 CDTI met 160pk proeven. In beide gevallen liet de Insignia zich kenmerken door een homogeen en voorspelbaar progressief onderstuurd weggedrag. Speelruimte biedt het model niet en daarin is het duidelijk een product van deze tijd. Omdat Opel bijzonder dikke antirolstangen monteert gaat de koets vlak door de bocht. Om dezelfde reden worden kleine oneffenheden aan de inzittenden gecommuniceerd. Iets wat in combinatie met laagprofielbanden en uit de kluiten gewassen velgen uiteraard nog meer in de verf gezet wordt. Het (optionele) adaptieve onderstel voorziet in drie standen, van comfort tot sportief, een aangepaste instelling voor de ophanging, stuurbekrachtiging en gaspedaalrespons. Een gimmick dat bijzonder efficiënt op het gevoel van de inzittenden speelt. De tweeliter turbomotor kon ons in de Vectra bijzonder bekoren, maar laat ons hier wat op onze honger zitten. Hij is -omwille van uitstootnormen?- wat minder levendig dan verwacht, ook al schakelt de zestrapsautomaat feilloos. De diesel is niet langer van Fiat-origine. Hij is enkele CC's gegroeid en komt voortaan voort uit een partnership tussen GM en het Italiaanse VM-Motori. Opel gebruikt hem al in de Antara, waar hij zich geciviliseerder toont. In de Insignia laat het blok zich horen en voelen. De ons voorgeschotelde 160pk (en 380Nm bij overboost) sterke centrale is beste maatjes met de zesbak en laat niet alleen flukse acceleraties maar ook een gematigd verbruik van (op het testparcours) niet eens 6 liter optekenen. Hou ook in uw achterhoofd dat de Insignia benzine er is vanaf € 23.700 en dat een diesel vanaf € 24.900 op uw oprit staat. Dat zijn, gezien omvang en uitrusting, democratische tarieven.


Geef commentaar
comments by Disqus