Terwijl zustermerk Jaguar ronduit tumultueuze tijden beleeft, houdt Land Rover zich nog sterk. 2025 was weliswaar geen geweldig jaar - met een lange beschamende stilstand na een hack - maar het blijft sterke producten hebben. Vooral Range Rover en Defender presteren zo sterk dat de immer vertraagde elektrificatiestrategie het merk niet de dieperik in sleurt. Het bedrijf zit in zwaar weer, maar het schip maakt (nog) geen water.
Nieuwe Freelander op komst
Intussen werkt het bedrijf aan een nieuwe Freelander. Vervanging voor het intussen stokoude basismodel van het merk. Een auto die zichzelf vooral op de kaart zette door toch trouw te zijn aan het DNA van Land Rover. Kleiner en goedkoper, maar met voor z’n segment toonaangevende terreineigenschappen en sleepcapaciteiten. Maar die stamt van voor de marketingjongens de macht grepen.
Er komt eindelijk een nieuwe Freelander. Die mag niet langer een model genoemd worden. Het wordt een submerk - een obsessie van Land-Rover dat ook Range Rover, Defender en Discovery beschouwd als submerken. Het wordt geen SUV meer, maar een lagere crossover. Hij wordt ontwikkeld in samenwerking met Chery en zal in eerste instantie bedoeld zijn voor de Chinese markt.
Land-Rover vorm, Chinese genen
De nieuwe Freelander staat op het T1X-platform van Chery, een architectuur die vandaag al gebruikt wordt door modellen van Omoda en Jaecoo. Dat zijn auto’s die mikken op volume en efficiëntie, niet op terreinprestaties of uitgesproken karakter. Schaalvoordelen, goedkope ontwikkeling en een snelle doorslag naar productie zijn belangrijker. Binnen het gekozen platform wordt het eenvoudig om zowel hybride als volledig elektrische varianten aan te bieden, wat essentieel is in het huidige landschap.
Wat al duidelijk is: het wordt een product dat vooral inspeelt op markttrends, zonder nog echt ergens voor te staan. De ziekte die heel de auto-industrie besmet.