Al meer dan 10 jaar belooft de autosector steeds maar weer nieuwe ‘revolutionaire’ technologie. Solid state, silicium-anodes, grafeen… Sneller laden, veiliger, goedkoper. Maar in de praktijk moeten elektrische auto’s het toch nog vooral hebben van een gunstige fiscale behandeling of subsidies. Een natrium-batterij - die zout gebruikt in plaats van lithium - is de nieuwste belofte. Ze gaat nog dit jaar in productie.
Revolutie of de zoveelste stapsgewijze verbetering?
De eerste auto met een natriumbatterij wordt de Changan Nevo A06 - een grote elektrische sedan. De technologie is minder afhankelijk van schaarse en geopolitiek gevoelige materialen. Natrium is goedkoop en bijna gemakkelijk verkrijgbaar. Bovendien kunnen natrium-ionaccu’s grotendeels zonder kobalt en nikkel worden gebouwd, wat de milieu-impact en kostprijs potentieel verlaagt.
Met een energiedichtheid van 175 Wh per kilogram zit de batterij op het niveau van veel huidige LFP-accu’s. Het rijbereik wordt er dus niet groter door. De eerste toepassing in de Nevo A06 biedt ongeveer 400 kilometer autonomie volgens de (optimistische) Chinese meetmethode.
Beter bij koude
De grootste troef ligt bij koude temperaturen. Volgens fabrikant CATL behoudt de batterij bij extreme vorst het merendeel van haar capaciteit en levert ze meer vermogen dan een vergelijkbare LFP-accu. Dat kan een belangrijk voordeel zijn in winterse omstandigheden, waar elektrische auto’s vandaag vaak rijbereik verliezen.
Ook veiligheid is een speerpunt. CATL stelt dat de batterij bestand is tegen zware beschadiging zonder brand of explosie, en dat het risico op thermal runaway - een belangrijke oorzaak voor spontane voertuigbranden bij elektrische auto’s - sterk wordt beperkt.