Volvo bekijkt of het Chinese modellen van moederbedrijf Geely in de Verenigde Staten kan bouwen. Dat bevestigde CEO Håkan Samuelsson in gesprekken met Amerikaanse media. Moederhuis Geely zou op die manier twee vliegen in één klap kunnen slaan: de overcapaciteit bij Volvo beperken en Amerikaanse importtarieven omzeilen.
Importtarieven omzeilen
De productie zou kunnen plaatsvinden in Volvo’s fabriek in South Carolina, waar momenteel nog capaciteit beschikbaar is. Het plan is vooral bedoeld om de zware Amerikaanse importtarieven op Chinese auto’s te omzeilen. Die lopen intussen op tot meer dan 100 procent, waardoor goedkope Chinese EV’s in de VS quasi kansloos zijn geworden.
Geely, de Chinese eigenaar van Volvo, beschikt vandaag over een aantal verschillende merken die door de importbarrières Amerika die in geraken. De bekendste zijn Zeekr, Lynk&Co en Polestar. Dat laatste presenteert zichzelf als een premiummerk, en de twee andere willen op z’n minst een goede verhouding tussen prijs, prestaties en uitrusting kunnen aanbieden. Iets wat er vandaag onmogelijk is.
Volvo XC60 uit South Carolina
De timing is opvallend. Volvo kampt momenteel met tegenvallende verkoopcijfers in zowel China als de VS en staat onder druk door de veranderende EV-markt. Tegelijk wil het merk zijn Amerikaanse productie uitbreiden om minder afhankelijk te worden van invoer uit China en Europa. Zo start later dit jaar ook de productie van de XC60 in South Carolina.
Of het effectief zover komt, blijft voorlopig onzeker. Amerikaanse regelgeving rond Chinese software en connectiviteit vormt nog altijd een groot struikelblok. Amerika is nog altijd van mening dat Chinese auto’s gebruikt kunnen worden om te spioneren of bij en een uit de hand lopend conflict een hinderpaal kunnen worden - bijvoorbeeld omdat vanuit Peking wordt geslist dat ze niet meer (mogen) werken. Intussen zoek de Chinese auto-industrie ook steeds agressiever naar manieren om de Amerikaanse markt binnen te dringen.