Wie vandaag een bedrijfswagen heeft, kijkt vooral naar welke auto binnen zijn budget past. Vanaf 2027 wordt een andere vraag veel belangrijker: hoeveel is dat autobudget eigenlijk waard als je géén of een goedkopere bedrijfswagen kiest? Want de overschot mag je straks binnen het mobiliteitsbudget veel breder inzetten.
De onzichtbare prijs van de bedrijfswagen
Werknemers zien een bedrijfswagen vaak als iets wat bovenop de verloning komt, terwijl hij feitelijk deel uitmaakt van de verloning. Op de auto, de laad- of tankkaart betaal je vervolgens belastingen, maar je voelt daarvan alleen het voordeel alle aard (VAA). Wat je werkgever ervoor betaalt, blijft grotendeels buiten beeld.
Maar het totale bedrag wordt belangrijk bij het federale mobiliteitsbudget. Dat is nu nog beperkt in voegen, maar wordt vanaf januari verplicht voor alle bedrijven met meer dan 50 werknemers. Een jaar later wordt het weer uitgebreid. Dat mobiliteitsbudget is in principe gelijk met de werkgeverskost van de bedrijfswagen. Daarin zit meer dan de maandelijkse leasing.
Werknemers blijken er nauwelijks zicht op te hebben, zo blijkt uit onderzoek van Edenred. Dat stelde de vraag aan 6000 werknemers, en daaruit blijkt dat 7 op de 10 werknemers nauwelijks weten wat de auto aan hun werkgever kost. En nog meer mensen kennen het federale mobiliteitsbudget nog niet.
Dit zijn de alternatieven
De federale regering wil het mobiliteitsbudget vanaf 1 januari 2027 systematisch laten aanbieden door werkgevers die bedrijfswagens ter beschikking stellen. In eerste instantie geldt een uitzondering voor bedrijven met minder dan 50 werknemers; vanaf 2028 zakt die grens verder. Het gaat voorlopig nog om een geplande hervorming: de ministerraad keurde het voorontwerp goed, maar de officiële website van het mobiliteitsbudget vermeldt dat de nieuwe regels nog niet in de bestaande regelgeving zijn verwerkt.
Dat mobiliteitsbudget kan een fundamentele verschuiving teweeg brengen omdat je het budget voor je auto ook anders kan inzetten. Onder meer openbaar vervoer, fietsen en deelmobiliteit kan ermee worden betaald zonder belastingen of sociale zekerheidsbijdragen. Maar ook de woning betalen hoort tot de mogelijkheden, als je tenminste niet verder dan 10 kilometer van je normale werkplaats woont.
Zowel huur, als kapitaal en interesten van een hypothecaire lening kunnen ermee bepaald. Telewerk kan bovendien mee bepalen wat als normale werkplaats wordt beschouwd. Wie toch een auto neemt kan door een kleinere of emissievrije auto te nemen besparen en de overschot toewijzen. Vooral de toevoeging van huisvesting heeft het potentieel om de bedrijfswagen te ondermijnen.
Stel bijvoorbeeld dat je bedrijfswagen je werkgever jaarlijks 12.000 euro kost. Wie die auto behoudt, blijft in essentie die 12.000 euro aan de wagen besteden. Wie hem opgeeft en aan de voorwaarden voldoet, kan dat budget potentieel gebruiken voor kosten die hij anders met zijn nettoloon zou betalen.
Je verliest nooit
Wie zijn budget niet volledig kan besteden, is het resterende bedrag niet kwijt. Wat aan het einde overblijft, wordt in pijler 3 in geld uitbetaald. Daar gaat wel een bijzondere werknemersbijdrage van 38,07% af. Van 5.000 euro resterend budget blijft daardoor ongeveer 3.097 euro over. Dat is minder voordelig dan bestedingen hierboven.
Rekenen voor je specifieke voordeel
Of je daadwerkelijk geld laat liggen door je bedrijfswagen te behouden, verschilt dus sterk van werknemer tot werknemer. Wie privé veel kilometers rijdt en thuis moeilijk zonder auto kan, krijgt met die bedrijfswagen ook daadwerkelijk veel waarde terug. Wie weinig rijdt, dicht bij het werk woont en toch al maandelijks huur of een hypotheek betaalt, kan tot een heel andere rekening komen.
Opvallend genoeg lijkt die financiële motivatie nu al doorslaggevend. Volgens het onderzoek van Edenred zou amper derde van de werknemers die het systeem kennen de bedrijfswagen gewoon behouden. Een kwart zou voor een omschakeling naar het mobiliteitsbudget kiezen en ongeveer één op de zes zegt voor een kleinere bedrijfswagen te kiezen in combinatie met het resterende budget. Van wie zijn auto afgeeft doet dat hoofdzakelijk omdat de centen elders meer welkom zijn.